ga naar nieuw artikel: RABO-medewerkers oplichters?

 

 

05  Jan  2010

Verzadigde markt economie

Oorspronkelijk idee rond 1981, herzien in 2001.

"Het communisme en het kapitalisme kregen hun vorm aan het begin van de 20e eeuw. Ze probeerden allebei een antwoord te geven op de problemen van industrialisatie. Sindsdien is de wereld en de economische situatie veranderd. Maar veel mensen houden nog vast aan verouderde ideeën. Tot 1989 werd nog fel gestreden tussen aanhangers van het kapitalisme en van het communisme. Toen in 1989 de Sovjet Unie zich bekeerde tot het kapitalisme, kraaiden de kapitalisten victorie. Men riep ook: "Het communisme is dood!" Ze hadden niet door, dat het kapitalisme ook dood was."

In dit hoofdstuk vind je een alternatief voor de onverzadigde markteconomieën: het kapitalisme en het communisme. Beide economische theorieën gaan uit van onverzadigde markten. Tegenwoordig zijn onze markten verzadigd en moeten we uitgaan van de verzadigde markteconomie.

Onverzadigde markt economieën:

Het communisme en het kapitalisme kregen hun vorm aan het begin van de 20e eeuw. Ze probeerden allebei een antwoord te geven op de problemen van industrialisatie. Sindsdien is de wereld en de economische situatie veranderd. Maar veel mensen houden nog vast aan verouderde ideeën. Tot 1989 werd nog fel gestreden tussen aanhangers van het kapitalisme en van het communisme. Toen in 1989 de Sovjet Unie zich bekeerde tot het kapitalisme, kraaiden de kapitalisten victorie. Men riep ook: "Het communisme is dood!" Ze hadden niet door, dat het kapitalisme ook dood was.

Toen het kapitalisme en het communisme ontstonden, was er sprake van onverzadigde markten. Er kon van alles geproduceerd worden, en hoeveel je ook produceerde, er was zelden of nooit genoeg. Beide ideologieën zijn dan ook gebaseerd op onverzadigde markten met schaarse produktiemiddelen. Men bestreed elkaar dan ook op basis van het feit, dat met schaarse middelen niet alle behoeften gedekt kunnen worden.

Toen ik in 1984 economielessen kreeg, stond in het boek als definitie van economie:

Economie houdt zich bezig met het optimaal inzetten van schaarse produktiemiddelen.

Ook in 1984 waren de meeste produktiemiddelen bepaald niet schaars. Een betere definitie lijkt me:

Economie houdt zich bezig met het zo efficiënt en effectief inzetten van een overvloed aan produktiemiddelen.

Daarbij lijkt het mij wenselijk om de produktiemiddelen ook zuinig in te zetten om het milieu te sparen.

Communisme:

De Stalinistische planeconomen meenden, dat de staat beter in staat was om de schaarse produktiemiddelen toe te wijzen, zodat de basisbehoeften van de gehele bevolking goed bevredigd konden worden. Hierdoor ontstond een gebrek aan luxe-artikelen, gevolgd door een strijd om luxe-artikelen. Gecombineerd met het egoïsme, waaraan de meeste mensen in ernstige mate lijden, leidde dit tot machtsmisbruik en corruptie van partijleden. Deze partijleden dekten elkaar, zodat een groeiend netwerk van corruptie ontstond. Uiteindelijk kwamen alle produktiemiddelen in handen van een corrupte bovenlaag en werden arbeiders mededogenloos geëxploiteerd en onderdrukt. Als we kritisch kijken naar de Sovjet Unie, dan zien we dat de Sovjet Unie eigenlijk een superkapitalistische staat was, waarin alle produktiemiddelen in handen waren van een kleine bovenlaag: de partijbonzen. Alle demagogie ten spijt was de Communistische Partij eigenlijk gewoon een kapitalistische maatschappij met een absoluut monopolie en met de macht om verzet tegen het monopolie met geweld neer te slaan. De ineenstorting van de Sovjet Unie toonde niet het falen van het communisme, maar van het kapitalisme aan. Als alle produktiemiddelen zich concentreren in één belangengroep of in een paar belangengroepen, dan leidt dit tot ineenstorting van de economie.

Kapitalisme:

De kapitalisten meenden, dat middels een vrije markt en middels wetten van vraag en aanbod de produktiemiddelen uiteindelijk toch wel zo efficient mogelijk gebruikt zouden worden. Helaas is dit maar ten dele waar. Als er ergens vraag naar is, dan wordt datgene vanzelf wel geproduceerd. Maar als producenten niet overleggen, dan storten ze zich massaal op dezelfde markt, zodat deze na enige tijd overvoerd is. Dan wordt er meer geproduceerd dan er wordt afgenomen. Kapitaalvernietiging en grondstoffen- en arbeidverspilling is dan het eindresultaat. Dit proces noemt vaak 'de varkenscyclus'.

De varkenscyclus:

Als er te weinig varkens worden aangeboden, stijgt de prijs van varkensvlees. Dan besluiten boeren om meer varkens te fokken. Dit doen ze allemaal tegelijk. Hierdoor komen er op hetzelfde moment ineens veel meer varkens op de markt. Dan worden er te veel varkens aangeboden en daalt de prijs. Hierdoor gaan een aantal boeren failliet en andere boeren besluiten om op een ander produkt over te gaan. Enige tijd later is er weer een tekort aan varkensvlees.

Het kapitalisme heeft nog een groot nadeel. De bezitter van produktiemiddelen (bijvoorbeeld een fabrikant) neemt alleen af wat hij nodig heeft. Als hij arbeiders nodig heeft, neemt hij mensen aan. Heeft hij geen arbeiders nodig, dan trekt hij zich niets aan van werkloosheid. In een periode van werkloosheid is er wel behoefte aan de eerste levensbehoeften bij de werklozen, maar geen geld om daarvoor te betalen. Er zijn dus wel levensbehoeften maar geen economische vraag. Dan wordt er ook niet geproduceerd. De fabrikant gebruikt zijn machines liever om luxeprodukten te maken voor rijke mensen, dan eerste levensbehoeften voor geldlozen.

Als de rijken minder behoeften hebben, vermindert hun vraag. Dit kan voorkomen omdat ze alles al hebben en als gevolg van een beurscrisis waardoor de rijken ineens een deel van hun vermogen kwijtraken. Dan ontslaat de fabrikant arbeiders. Deze hebben nog wel behoeften, maar geen economische vraag. Dus wordt er nog minder geproduceerd en worden er meer mensen ontslagen. Dit beschrijft eigenlijk de situatie van 1929 tot 1939 in Groot Brittanië en de USA.

Als rijken plotseling meer geld krijgen, vermeerdert hun vraag. Dit kan veroorzaakt worden door grote toekomstverwachtingen en een snel stijgende beurs. Dan neemt de fabrikant meer arbeiders aan. Deze krijgen loon en gaan in hoog tempo consumeren, omdat ze ten tijde van werkloosheid een tekort aan bezittingen hebben opgebouwd. Hierdoor stijgt de vraag. De fabrikant neemt meer arbeiders aan. Maar nu wordt personeel schaars. De arbeiders eisen hogere lonen en de fabrikant verhoogt zijn prijzen. Hierdoor treedt inflatie op. Het geld wordt minder waard. Voor bezitlozen en mensen met schulden is dit gunstig. Voor rijken is dit heel vervelend. Hun geld verliest zijn waarde. Dan gaan ze bezuinigen. De vraag vermindert en de fabrikanten maken minder winst. Hierdoor dalen de beurskoersen en verliezen de rijken veel geld. Daardoor valt nog meer vraag uit en ontstaat een crisis.

Het kapitalisme werkte goed zolang er aan alles tekort was. In zo'n periode kunnen fabrikanten nooit genoeg arbeiders krijgen en is er geen werkloosheid. Dan heeft iedereen een inkomen, zodat iedereen in zijn basisbehoeften kan voorzien.

Na enige tijd werden de machines efficiënter en waren er minder mensen nodig. Bovendien kwamen er steeds meer machines, zodat overproduktie ontstond. Als de fabrikant zijn produkten niet meer kwijt kan, kan hij zijn arbeiders niet meer betalen. Deze worden ontslagen en dit veroorzaakt uitval van economische vraag. Dan is er ineens een teveel aan produktiemiddelen en zit men in een crisis.

Schaarse middelen:

Er zijn een aantal dingen waaraan een blijvende schaarste bestaat. Kapitalisme en communisme kunnen daar niets aan verbeteren. Ze kunnen deze schaarse middelen wel verspillen en dus de situatie verslechteren.

Tot deze dingen behoren onder andere delfstoffen (ijzer, koper, etc.) en niet vernieuwbare energiebronnen (aardgas, olie, steenkool, etc.). Verder ook: Schoon water, schone lucht en schone aarde. Het zijn juist deze onvervangbare schaarse dingen, die zowel door het kapitalisme als het communisme verspild worden. Deze dingen kunnen niet in eigendom gegeven worden aan één mens of aan groepen mensen. Zij behoren toe aan de gehele aarde, inclusief de planten en dieren. Het is niet aan de mens om ten behoeve van zijn ijdelheid en zijn egoïsme het milieu van alle levende wezens te vergiftigen en vele planten- en diersoorten uit te roeien. Daarom zal het beheer van deze middelen toevertrouwd moeten worden aan het samenwerkingsverband van alle landen ter wereld. Voorlopig zou dat de Verenigde Naties kunnen zijn. Maar gezien de machteloosheid van de VN in veel kwesties, zullen we ook moeten streven naar een wereldregering. Helaas is de weg naar een wereldregering nog heel erg lang. We kunnen niet zo lang wachten met het zorgvuldig beheer van schaarse grondstoffen en het milieu. Daarom is het noodzakelijk dat de afzonderlijke naties en economische blokken zichzelf nu al aanzienlijke beperkingen opleggen ten aanzien van milieuvervuiling en grondstoffenverbruik. In de mate waarin landen en economische blokken zichzelf beperken ter wille van de aarde, het milieu en de toekomst van onze samenlevingen weerspiegelt zich het beschavingsniveau van deze landen en economische blokken. De meest beschaafde landen leggen zichzelf sterke beperkingen op. De meest barbaarse landen verspillen er op los zonder rekening te houden met andere landen en volken, en zonder rekening te houden met de aarde en het milieu. Het kenmerk van een beschaafd volk is juist, dat men op verantwoordelijke wijze omgaat met het milieu. En dat men zorg draagt voor het nageslacht, inclusief de achterkleinkinderen van onze achterkleinkinderen. Voor degenen die dit betwijfelen heb ik de volgende vragen:

  • Welk dier vervuilt zijn eigen nest? En welk volk vervuilt zijn eigen milieu? Een volk dat zijn milieu vervuilt, kan niet beschaafd genoemd worden.
  • Welk dier eist van zijn jongen, dat zij voor hem zorgen en zich voor hem opofferen? Overal in de natuur zien we, dat ouders zich in dienst stellen van hun jongen en bereid zijn hun leven te wagen, bij de verdediging van de jongen. Maar bij de mens zien we, dat oude mannen de jongeren de oorlog in sturen.

Staatsinvloed op de economie:

Als in een staat bepaalde individuen grote hoeveelheden produktiemiddelen in handen hebben, dan hebben deze individuen een grote greep op de economie. En aangezien de economie de gehele staat beïnvloedt, hebben deze individuen een grote greep op de staat en de bestuurlijke aangelegenheden van de staat. Dit betekent, dat het particulier bezit van grote hoeveelheden produktiemiddelen in strijd is met het wezen van de democratie.

Als de economie volledig in handen is van de staat en dus -bij een goed functionerende democratie- van het volk, dan is de economie afhankelijk van de staat en dus van het volk. We hebben in de Sovjet Unie en in Maoïstisch China gezien, dat het zo niet werkt. In de praktijk maakt een bestuurlijke elite zich meester van de produktiemiddelen, met als voornaamste doel zichzelf te verrijken en te verheerlijken. Bestuurders zijn meestal geen ondernemers. De partijbonzen in de Sovjet Unie en Maoïstisch China waren op ondernemersgebied volstrekt incompetent en ze ruïneerden de economie. Men had een beter leven in de USA van Ronald Reagan, dan in de Sovjet Unie van Gorbatsjov.

De meest succesvolle economie van de jaren dertig van de 20e eeuw was de economie van Nazi-duitsland. Dit is voor de meeste mensen een zeer pijnlijke constatering. Ik baseer deze uitspraak niet op eigen onderzoek. Ik citeer vrijelijk de econoom Galbraith in zijn boek 'Geld' pag. 255 en verder:

In het midden van de jaren dertig bestond er overigens een ver gevorderd voorbeeld van het Keynesiaanse systeem. Dat was de economische politiek van Adolf Hitler en het Derde Rijk. Het omvatte geldleningen op grote schaal voor staatsuitgaven, en in het begin werden die voornamelijk besteed aan openbare werken zoals spoorwegen, kanalen en de Autobahnen. Het resultaat was een veel doeltreffender aanval op de werkloosheid dan in enig ander industrieland. In 1935 bestond er in Duitsland nog slechts een minimale werkloosheid. 'Hitler had allang de oplossing voor de werkloosheid gevonden nog voor Keynes klaar was met zijn verklaring voor het verschijnsel op zich'. Toen in 1936 de prijzen en lonen onder een opwaartse druk kwamen te staan, deed Hitler de volgende stap door een krachtig werkgelegenheidsbeleid te combineren met verstrekkende prijscontrolemaatregelen. ... Ontegenzeglijk was het verdrijven van de werkloosheid in Duitsland tijdens de Grote Depressie, zonder dat daarbij inflatie optrad - en met aanvankelijk uitsluitend op civiel gebied gerichte activiteiten - een buitengewone prestatie. Men heeft er maar zelden lof voor over gehad en er niet veel aandacht aan geschonken. De idee dat Hitler geen goed kon doen strekt zich ook uit tot zijn economisch beleid, zoals met meer recht tot heel zijn overige optreden.

Wanneer men stelt dat Hitler bepaalde dingen zeer efficiënt en zeer effectief deed, wordt men al snel verdacht van pro-nazisme. Inplaats van dergelijke kinderachtige veroordelingen uit te spreken, kunnen we beter kijken naar wat we kunnen leren van de nazi's. Leren van het verleden betekent ook: Eerlijk kijken naar het verleden.

In de jaren dertig van de 20e eeuw bleven de USA en Groot Brittanië in een zeer ernstige depressie. Men kwam pas uit de depressie dankzij het feit dat Hitler de tweede wereldoorlog begon. Nazi-duitsland had in 1933 een absurd hoge werkloosheid. Twee jaar later hadden ze een minimale werkloosheid. Hierdoor ontstond een opwaartse druk op lonen en prijzen. Dit probleem werd opgelost door actieve prijsregulatie. Nazi-duitsland had een regering, die zich zeer actief bemoeide met de economie. Er was nauwelijks invloed van rijke Duitsers, die hun invloed ten eigen bate probeerden aan te wenden.

In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw was de Europese Unie zeer succesvol met haar agrarisch beleid. Dat was vooral te danken aan stabiele prijzen die de EU bood aan de boeren. Na verloop van tijd ging het systeem aan haar eigen succes ten onder. De boeren produceerden enorme bergen zuivel en vlees, die de EU af moest nemen tegen vaste prijzen. Deze waren onverkoopbaar en onbruikbaar. Er zijn jaren geweest, dat de EU tonnen boter voor 10 eurocent per kilo aan de Sovjet Unie leverde. (De euro bestond toen nog niet.) Als de EU een dictatuur was geweest, had men de boeren opdracht kunnen geven om minder te produceren. (In Nazi-duitsland gaf men opdracht om voor een bepaalde prijs te leveren en om voor een bepaald loon te werken.) De EU bestond uit een samenwerkingsverband van democratieën, die ieder voor zich vooral het belang van hun eigen nationale economie behartigden. Daaraan is het EU-landbouwbeleid te gronde gegaan.

Hieruit kunnen we leren:

  1. Het garanderen van afname tegen een minimumprijs stimuleert de produktie en dus de economie.
  2. Het garanderen van afname van alle produktie tegen een minimumprijs, zonder maximum, leidt na enige tijd tot overproduktie en verspilling. Dit moet voorkomen worden.
  3. Produktie zonder gegarandeerde afname leidt eerst tot overproduktie, vervolgens tot prijsbederf en daarna tot ineenstorting van de produktie en vervolgens tot ineenstorting van de economie. Het leveren van produkten of diensten onder de minimumprijs dient ten alle tijde voorkomen te worden. Dit betekent, dat de overheid moet ingrijpen in de vrije markt. Hiervoor heeft de overheid macht en middelen nodig.
  4. Wanneer niet alle produktie wordt afgenomen, ontstaat de noodzaak van marktverdeling. Er zijn meerdere soorten marktverdeling:
    1. Eén of een aantal ondernemers controleren de markt en houden de prijzen kunstmatig hoog. Zij maken misbruik van hun macht ten koste van de samenleving. Deze situatie moet voorkomen worden. In gebieden met een sterke overheid worden deze situaties vaak tegengewerkt en soms bestraft door de overheid.
    2. Eén of een aantal grote afnemers nemen alle produktie af. Zij houden de prijzen laag, maar altijd boven de kostprijs. Men wil niet, dat de leveranciers failliet gaan. Zij gunnen de contracten aan afnemers, waarmee zij een speciale relatie hebben. Dit kunnen afnemers zijn, die bijzonder hoogwaardige produkten of diensten leveren of die extra service verlenen. Het kan ook gebeuren, dat alleen afgenomen wordt van 'vrienden'. In dat geval is er sprake van machtsmisbruik. Als de afnemers overheidsbedrijven zijn, dient dit voorkomen te worden, omdat er anders belastinggeld verspild wordt aan afname van inferieure produkten of diensten. Als de afnemers bedrijven zijn, wordt vriendjespolitiek afgestraft, doordat concurrenten betere produkten leveren, tegen dezelfde of lagere prijs.
    3. In veel gevallen zijn er heel veel producenten en veel afnemers. Voorbeeld hiervan is koffie.

      Er zijn veel koffietelers en op de wereldmarkt zijn er veel koffieafnemers. Terwijl ik dit schrijf (2003) is de koffieprijs verziekt door overaanbod. Veel telers leveren nu onder de kostprijs en hebben uitzicht op failliesement. Grote koffietelers kunnen deze situatie een paar jaar volhouden en verkrijgen dan een sterke positie. Dit kan weer leiden tot een extreem hoge koffieprijs over een paar jaar. Deze schommelingen in de koffieprijs zijn ongewenst.

      Als er veel producenten en veel afnemers zijn, dient de overheid in te grijpen. Nationaal dient dat te gebeuren door de rijksoverheid. In Europa dient de EU dit te regelen. De wereldmarkt dient gereguleerd te worden door de VN.

      In zake koffie, katoen, en tal van andere produkten dient de VN een minimumprijs vast te stellen. Dit zal tegengewerkt worden door de economische schurkenstaat USA. Ook de EU zit hier niet op te wachten. Met heel veel subsidies worden de overschotten van de EU gedumpt in de derde wereld, waardoor arme boeren weggeconcurreerd worden. En wij brave burgers maar betalen. Betalen voor ontwikkelingshulp, betalen voor subsidies op onze landbouw en betalen aan hulporganisaties.

      De VN zal dan ook de markt moeten verdelen onder de verschillende landen en economische blokken. Dit is een zeer moeilijk punt, omdat veel mensen zich laten leiden door egoïsme. Ieder land en ieder economisch blok oefent druk uit om zo veel mogelijk voor de eigen groep veilig te stellen. Dergelijk egoïsme lag aan de basis van de eerste en tweede wereldoorlog. Als we niet uitkijken, leidt het ook tot de derde wereldoorlog. Het is dringend noodzakelijk, dat landen en economische blokken terughoudend zijn met het gebruik van macht en dat men levensruimte en marktaandeel overlaat aan andere landen en economische blokken. Als we samenwerken, kunnen we een paradijs op aarde scheppen. Nog een wereldoorlog lijkt me echt ongewenst.

Verzadigde markt economie:

Onze machines en computers zijn nu zodanig ontwikkeld, dat wij in zeer korte tijd in al onze behoeften kunnen voorzien. Als voorbeeld hoef ik maar te wijzen op de p.c. en de cd. Beiden werden in de jaren tachtig van de 20e eeuw geïntroduceerd en na een paar jaar was er al sprake van overproduktie en een keiharde concurrentiestrijd.

Anders gezegd:

Terwijl de economen uitgaan van aanwending van SCHAARSE produktiemiddelen, hebben we alle middelen om de meest uitzinnige wensen te realiseren. En mocht er gebrek zijn aan een bepaald produktiemiddel, dan zetten we een paar machines aan en laten ze korte tijd later van de lopende band rollen. Het enige produktiemiddel waaraan we werkelijk gebrek hebben, zijn hoog opgeleide intelligente mensen. En dan blijkt, dat we juist aan onderwijs te weinig besteden.

Onder deze omstandigheden kan er geen sprake zijn van onbeperkt kapitalisme. Als een paar grote concerns teveel investeren in fabrieken, dan zitten we een jaar later met een enorme overproduktie. Dan worden veel produkten gemaakt, die feitelijk onverkoopbaar zijn en dus moeten worden vernietigd. Dit leidt alleen maar tot milieuvervuiling en verspilling van schaarse grondstoffen.

Definities:

In een onverzadigde markt economie streeft men naar vergroting van marktaandeel en uiteindelijk tot maximalisatie van de winst van de leverancier.

In een verzadigde markt economie streeft men naar bevrediging van de behoeften van de afnemers en tot continuïteit van het aanbod.

In een verzadigde markt economie streeft men NIET naar winst. Waar heb je winst voor nodig? Wat wil je doen met winst, als je alles al hebt?

In een verzadigde markt economie streeft men naar minimalisatie van het gebruik van grondstoffen, energie en arbeid. Men produceert voldoende goederen en diensten van voldoende kwaliteit. En men streeft vooral naar vrije tijd en behoud van natuur en milieu.

Crisis in bruingoed en witgoed:

Onder bruingoed verstaat men geluidsapparatuur, televisie, video, etc. Onder witgoed verstaat men wasmachines, koelkasten, vrieskisten, etc. In deze sectoren heerst al bijna 20 jaar continue crisis. Deze crisis wordt veroorzaakt door twee dingen:

  1. De produkten zijn gemakkelijk in zeer grote aantallen te maken.
  2. Er is weinig vervangingsvraag. Een koelkast gaat gemakkelijk 10 tot 15 jaar mee. Een t.v. iets korter. Zolang er geen reden is om een nieuw apparaat te kopen, koopt men ook niet.

Tesamen zorgen deze punten er voor, dat de bruingoed en witgoed sectoren vechtmarkten zijn, waar weinig winst gemaakt wordt. Aangezien fabrikanten winst willen maken, is dit een probleem. Als men alleen maar wil voorzien in de behoefte van consumenten, is er geen probleem. Dan houdt men voldoende fabrieken in stand om aan de vervangingsvraag te voldoen. En men werkt zo min mogelijk en men gebruikt zo min mogelijk materiaal en energie.

Dat is nu juist het verschil tussen een onverzadigde markt economie en een verzadigde markt economie. In een verzadigde markt economie hoeft men geen winst te maken. Winst maakt men op geleverde produkten en/of diensten. Als de markt verzadigd is, kun je niets meer leveren en dus ook geen winst maken. Als je winst moet maken, moet je verzadiging van de markt vermijden. Dan moet je er voor zorgen, dat de afnemers steeds nieuwe diensten afnemen. Dat doet men met reclame:

Heeft u slechts één t.v.? U loopt achter. Om er bij te horen, dient u in iedere ruimte een t.v. te hebben. Zelfs op het toilet. Ook als u geen t.v. kijkt, bent u pas gelukkig als u meerdere t.v.'s in uw huis heeft.

Heeft u nog gewone kleuren t.v.? Ongelofelijk !!! Ik wist niet, dat dergelijke mensen nog bestonden. U heeft echt een breedbeeld t.v. nodig. En over twee jaar moet u beslist overschakelen op High Definition Breedbeeld t.v. En weer twee jaar later moet u uw t.v. vervangen voor een twee meter breed plasma scherm of een video projector met Dolby Surround. Waarom? Omdat wij winst moeten maken. U wilt toch niet het kapitalisme saboteren?

Toen de CD geïntroduceerd werd, sprongen de bruingoedhandelaren een gat in de lucht van blijdschap. Ze konden weer wat verkopen. Daarna volgden de Digitale Video Camera, Dolby Suround en de DVD-speler. Binnenkort de DVD-recorder. Steeds opnieuw slaagt men met een nieuw apparaat de crisis weer een beetje te rekken en totale instorting van het systeem te voorkomen. Maar hoelang kun je daar mee doorgaan? Er begint steeds meer schaarste aan aandacht te komen. Mensen hebben gewoon geen tijd meer over, die ingevuld moet worden met een nieuw apparaat.

Crisis in de computer-sector:

In 1985 kocht ik een Wang p.c. met een 8 Mhz processor, 256 kilobyte en een 10 MB harde schijf. In 1988 kocht ik een 286 p.c., daarna een 386 p.c., een 486 p.c. en in 1998 een Pentium p.c. met 8 GB harde schijf en 84 MB intern geheugen. In 2001 kocht ik een p.c. met een Athlon-processor, twee schijven van 40 GB, 256 MB intern geheugen en een kaart om Digitale Video te bewerken. Vanaf 2001 kan mijn p.c. datastromen tot 19 Megabit per seconde aan. Wie kan een toepassing bedenken, die nog grotere datastromen nodig heeft? (Digital Video heeft aan 6 Megabit per seconde genoeg.)

Met het aanschaffen van mijn p.c. in 2001 werd het me duidelijk, dat een grote crisis op de p.c. markt onvermijdelijk was. Consumenten hebben gewoon niet meer nodig. Alles wat we zouden willen, kan met een eenvoudige p.c. van 1.000 euro.

Inmiddels (2009) heb je voor vrijwel alle toepassingen aan een p.c van 300 euro ruim voldoende.

Er zijn spelletjes en Virtual Reality toepassingen denkbaar, die nog meer capaciteit vragen. Maar er zijn niet genoeg consumenten om daarmee de vraag naar p.c.'s gaande te houden. Bovendien gaat de software-ontwikkeling heel langzaam.

In 2001 en 2002 sloeg de crisis in de ICT genadeloos toe. Consumenten hebben alleen nog vervangingsvraag. Kleine en middelgrote bedrijven hebben ook ruim voldoende aan de huidige generatie p.c.'s. Er zijn gewoon te weinig zinvolle toepassingen voor nog grotere p.c.'s.

In het verleden kocht ik om de twee a drie jaar een nieuwe p.c. Nu zal ik misschien om de vijf of zeven jaar mijn p.c. vervangen. Of wanneer de p.c. door ouderdom stuk gaat. Dat betekent een halvering van de vraag !!!

Crisis in de detailhandel:

Wekelijks dwarrelen tientallen folders van allerlei winkels en winkelketens in mijn brievenbus. Regelmatig blader ik ze door. Wat me vooral opvalt is dit:

Er staat niets in wat ik nog niet heb en graag zou willen hebben !!!

Men kan de spullen nog zo goedkoop maken, ik heb alles al. En ik denk, dat heel veel westerse mensen alles al hebben. En waarom zou je iets kopen, als je het al hebt? Waarom harder of langer werken voor dingen, die je absoluut niet nodig hebt?

De detailhandel verkeert in constante crisis. Men bestookt de consument met uitverkoop en kortingen, die het gehele jaar door lijken te gelden. Maar als de winkels niets aanbieden, dat de consument nog niet heeft, zul je ook niets verkopen. Het kapitalisme gaat dus ten onder aan haar eigen succes. Men heeft alle markten verzadigd, door de (niet meer) schaarse produktiemiddelen zeer effectief te benutten. Wat nu?

De grote crisis van de westerse samenleving:

De moderne westerse samenleving is gebaseerd op een onverzadigde markteconomie, die uitgaat van vergroting van marktaandeel en winstmaximalisatie. Nu de markten verzadigd zijn, is er van vergroting van marktaandeel geen sprake meer. En hoe kun je winst maken, als de consumenten niets meer nodig hebben?

De moderne westerse samenleving is in haar grootste crisis gerold. En binnen het kader van de onverzadigde markt economie kan deze crisis niet opgelost worden. Vroeger kon men nog een oorlog beginnen en de halve wereld platbombarderen. Na zo'n oorlog was er aan alles gebrek en waren de markten onverzadigbaar. In zo'n situatie functioneert de moderne westerse samenleving heel goed. Maar door de komst van de atoombom en de biologische wapens is men wat terughoudender met het voeren van oorlog. Het middel zou erger kunnen zijn dan de kwaal. Als iemand een dodelijk virus loslaat, gaan wel de mensen dood, maar al hun bezittingen blijven bestaan. De ideale oplossing voor de onverzadigde markt economie is juist het omgekeerde: Alle bezittingen vernietigen en alle mensen laten leven. Dan is er veel vraag en een onverzadigde markt.

Als alternatief zouden we kunnen overstappen op de verzadigde markt economie. Maar dat betekent het einde van het streven naar winst en marktaandeel. Dat is de doodsteek voor het kapitalisme. Alle economen en bedrijfskundigen zijn opgeleid om te functioneren en te denken binnen het kader van de onverzadigde markt economie. Een overgang naar de verzadigde markt economie is net zo'n schok, als de overgang naar het kapitalisme door de voormalige Sovjet Unie. Zo'n overgang gaat niet zonder horten of stoten.

De nieuwe tijd:

De overgang naar de verzadigde markt economie is in feite een overgang naar een nieuwe tijd. Het betekent:

  1. Loslaten van streven naar winst en marktaandeel.
  2. Opgeven van egoïsme.
  3. Minimalisatie van arbeid en inspanning.
  4. Verdwijnen van verschillen in rijkdom en beloning.
  5. Verdwijnen van persoonlijk kapitaal. Het geld wordt totaal onbelangrijk. Je neemt gewoon wat je nodig hebt.

Feitelijk stappen we over op een totaal nieuwe samenleving, die nauwelijks nog lijkt op de westerse samenleving. Bent u er klaar voor?

Is het mogelijk?

We zijn geëvolueerd in een milieu, waar periodiek een overvloed was en waar meestal een tekort was aan voedsel, geschikte schuilplaatsen en levensruimte. Ik spreek nu niet over de evolutie in de afgelopen 5.000 jaar of in de afgelopen 100.000 jaar. Ik spreek over de evolutie van de laatste 250 miljoen jaar of nog langer. De individuen die niet leerden vechten om wat ze nodig hadden, planten zich minder of helemaal niet voort. De voortplanting kwam vooral van de meest agressieve en egoïstische individuen. Nu wordt van ons gevraagd, om ons gehele evolutionaire verleden te transformeren en een evolutionaire sprong te maken. Is dat mogelijk?

Toen het oerwoud in Afrika verdroogde is de mens in vrij korte tijd ontstaan uit de mensaap. Afgaande op de beperkte variatie in de menselijke genenpool is de mensheid toen door een evolutionaire flessenhals gegaan, waarbij de meeste aapmensen het niet gered hebben. Het deel wat deze overgang wel heeft gemaakt, heeft een zeer grote flexibiliteit. De mens is vooral geëvolueerd op basis van flexibiliteit. Het feit dat wij zo flexibel zijn, geeft al aan, dat wij ook nu in staat zijn tot het maken van een evolutionaire sprong. Maar makkelijk zal het niet zijn.

In de afgelopen 15 jaar heb ik een systeem van TRANCE-FORMATIE ontwikkeld. Tijdens een TRANCE-FORMATIE kijk je naar je eigen gedrag en je eigen opvattingen en je leert ze te transformeren. Met dit systeem heb ik zeer ernstige psychische trauma's genezen en mijzelf getransformeerd. Tientallen anderen hebben zichzelf ook ingrijpend getransformeerd. We hebben de technologie om deze evolutionaire sprong te maken. Hebben we ook de bereidheid?

 

Met Licht en Liefde, Andreas Firewolf

 

Ik ben beschikbaar voor brainstorm-sessies, lezingen en seminars. Klik hier voor meer informatie

 

Ik doe niet mee met anti-sociale media

Ik doe niet mee met facebook, twitter en dergelijke rotzooi vanwege de voortdurende privacy-schendingen en het anti-sociale gedrag van dit soort anti-sociale media. Anti-sociale media bevorderen autistisch en narcistisch gedrag.

Commentaar-formulier

Als u wilt reageren op deze pagina, vul dan de volgende velden in.

Naam:

Vul uw internet-naam in. Deze naam kan worden gepubliceerd.

Email:

Indien u persoonlijk antwoord wilt, vul dan uw email-adres in. Dit adres wordt niet gepubliceerd of verkocht aan databases.

Commentaar of vraag:

T

Resterend aantal tekens: 5000

Antispam:

Wie is de president van de USA?

Contrast
normaal
Lettergrootte
1   2   3   4   5  
reclame/nula_1000.gif
reclame/superleren.gif