ga naar nieuw artikel: RABO-medewerkers oplichters?

 

 

08  Jul  2016

Provinciebestuur Groningen handelt crimineel

 

Samenvatting

De provincie Groningen heeft tegen eerder gemaakte afspraken in een onderhands contract afgesloten met projectontwikkelaar Geveke om in de Blauwestad goedkope woningen te bouwen.

Koop Tjuchem speelde een hoofdrol in de bouwfraude. Geveke was een onderdeel van het Koop concern. Volgens wikipedia

In november 2009 beëindigden de provincie en de gemeenten echter ook de samenwerking met de laatst overgebleven projectontwikkelaar Geveke, de opvolger van Koop Tjuchem. De provincie nam daarbij een schuld van 29 miljoen op zich, waar later nog 20 miljoen bijkwam.

In mei 2010 werden voormalig Blauwestad-directeur Jan Postema en notariskantoor Plas en Bossinade door het radioprogramma Argos op basis van gelekte documenten van Provinciale Staten van Groningen in verband gebracht met bouwfraude rond grondaankopen. Provinciale Staten zagen echter geen grond voor een strafrechtelijk onderzoek tegen Postema of de notarissen.

Kan de provincie misschien uitleggen, waarom zij met Geveke onderhands afspraken maakt over woningbouw? Waarom staat Geveke niet op een zwarte lijst van bedrijven, waar de overheid NOOIT meer zaken doet?

De gemeenten in de regio zijn krimpgemeenten met veel oudere mensen met een bevolking die snel in aantal vermindert. Heel veel huizen zijn daardoor onverkoopbaar. Er is helemaal geen vraag naar woningen.

De provincie maakt zich schuldig aan het dumpen van huizen in een vraagloze markt. De huiseigenaren in de omgeving worden door het criminele gedrag van de provincie ernstig gedupeerd. Door het criminele wangedrag van de provincie kunnen woningen 10% tot 20% in waarde dalen. Heel veel woningen worden volstrekt onverkoopbaar.

tekoop.jpg

Dit bord staat al jaren in Finsterwolde. Niemand heeft belangstelling.

 

Blauwestad: corruptie, vriendjespolitiek en corruptie

De volgende feiten zijn ontleend aan Eindrapport Blauwestad, opgesteld door de Noordelijke Rekenkamer.

 

  • Er zou spanning kunnen ontstaan tussen de geplande woningbouw in de Blauwestad (circa 1500 woningen in 10 á 15 jaar) in relatie tot de totale woningbehoefte in de provincie Groningen.

  • De Rekenkamer constateert een inconsistentie tussen wens en doel: het creëren van 'zeer aantrekkelijke woonmilieus' met een 'aantrekkingskracht tot ver over de provinciegrenzen' staat haaks op de doelstelling om zo'n 1500 woningen voor de eigen regio tegen normale grondprijzen te bouwen.

  • Specifiek ten behoeve van het Blauwestadproject verricht RIGO in 1995 een marktanalyse. RIGO onderscheidt een aantal mogelijke markten waaruit vraag kan ontstaan voor Blauwestadwoningen. Stuk voor stuk behandelt RIGO deze markten en concludeert uiteindelijk dat alleen op de lokale markt misschien in tien jaar tijd ruimte is voor 500 woningen in het goedkopere segment (minder dan 200.000 gulden). De kansen op de andere markten zijn te verwaarlozen.

  • Naast het RIGO-onderzoek hebben de betrokken bouwondernemingen ook een analyse laten uitvoeren. Op basis van dit onderzoek hebben zij hun bedenkingen. ... Omdat de bouwers 'er toch voor gaan', ziet de provincie hierin bevestiging van de marktkansen voor de Blauwestad.

  • Wensdenken bij de provincie

    De Rekenkamer concludeert dat het geloof in het project en het 'wensdenken' bij zowel Gedeputeerde Staten als, zij het in mindere mate, bij Provinciale Staten, het zicht belemmert op de nuchtere rationaliteit: het project Blauwestad is van meet af aan weinig kansrijk geweest. Voor de helft van de woningbouw (50% van de beoogde doelgroep zou bestaan uit rijke westerlingen) blijkt er niet of nauwelijks markt te bestaan, terwijl de Blauwestad aanvankelijk voor de andere helft van de woningbouw bestemd was voor mensen uit de regio. Dit uitgangspunt is echter inconsistent met het onderliggende financiële plaatje, dat - om het project rendabel te maken - uitgaat van exclusieve huizen op ruime kavels in het hoogste marktsegment. In de tijd verschuift de focus dan ook langzaam maar zeker naar de eerstgenoemde doelgroep. Hiermee zijn de kansen voor de regionale markt (50% van de beoogde doelgroep) tot het minimum beperkt. De Rekenkamer concludeert dat Gedeputeerde Staten een bewuste keuze hebben gemaakt de plannen voor de Blauwestad, ondanks kritische kanttekeningen, door te zetten en dat zij het afdekken of beperken van risico's naar de toekomst hebben verschoven.

  • De eerste omstandigheid deed zich voor bij het uittreden van BAM en Ballast Nedam (najaar 2007), waarop Gedeputeerde Staten hebben gereageerd door onder voorwaarden toestemming te verlenen. Per brief verbinden Gedeputeerde Staten aan de toestemming de verplichting voor beide partijen om voor 2012 elk 100 kavels af te nemen en te betalen. Deze verplichting is niet contractueel vastgelegd, noch is gevraagd aan partijen de verplichting te bevestigen of is een zinsnede opgenomen dat een en ander pas rechtskracht krijgt na een formele bevestiging van deze verplichting. Opmerkelijk in de optiek van de Rekenkamer is de gemiste kans om partij te zijn bij de uittredingsovereenkomst, die de private partijen op 7 december 2007 sluiten. Immers, uit een eerdere brief die de OMBV CV aan de publieke partijen stuurt, waarin de toestemming tot uittreden wordt gevraagd, komt naar voren dat 'door private partijen overeen is gekomen hun samenwerking zodanig te structureren dat Geveke Ontwikkeling als hoofdverantwoordelijke het Project Blauwestad zal realiseren en dat, binnen het door Geveke te ontwikkelen beleid, door Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling en BAM Vastgoed BV voor eigen rekening en risico een overeengekomen aantal kavels zal worden ontwikkeld.' Dit moet worden beschouwd als een wijziging van de Overeenkomst Blauwestad, die uitsluitend rechtsgeldig kan worden gewijzigd door schriftelijke vastlegging hiervan door partijen. Als partij bij de Overeenkomst Blauwestad hadden de publieke partners er op moeten aandringen om deelgenoot te zijn bij de uittredingsovereenkomst, of om op zijn minst daarover in overleg te willen gaan.

    Sterke aanwijzing voor corruptie

    Afgezien daarvan vindt de Rekenkamer het een vreemde zaak om met enkel een brief afscheid te nemen van twee partijen waar de provincie al zes jaar zaken mee doet en vervolgens geen contact meer op te nemen over het nakomen van de verplichting tot afnemen en betalen van de kavels.

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

  • Het ontbreken van procedures en principes heeft eind 2009 ook geleid tot 'open onderhandelingen' met Koop Holding Europe over de beëindiging van de samenwerking. Hierdoor is niet vast te stellen of de uitkomst van de onderhandelingen, zoals vastgelegd in de Vaststellingsovereenkomst, 'goed en eerlijk' was voor de publieke partijen omdat een (voorafgestelde) norm, zoals die dikwijls onderdeel is van andere PPS-contracten, ontbreekt. De focus van onderhandelingen was voor de provincie het terugkrijgen van alle grond.

  • open einde in de Overeenkomst Blauwestad

    De Overeenkomst Blauwestad kent een scheiding tussen betaling (in termijnen) en het afnemen van grond. In beginsel is dit tempo bepaald op basis van een afzetschema (eens per kwartaal), maar dit schema is volgens het bepaalde in de Overeenkomst Blauwestad niet bindend voor OM (Ontwikkelings Maatschappij). Een snellere of tragere afname dan in het schema is aangegeven, is toegestaan. De duidelijke scheiding tussen afname van de grond en de betaling was de consequentie van het uitgangspunt van de provincie dat zij part noch deel wenste te hebben in het verkooprisico. In de praktijk hielden die afspraken in dat bij grote belangstelling voor de Blauwestad ook de grondafname versneld zou worden ten opzichte van het in de Overeenkomst Blauwestad aangenomen schema, maar dat de betaling voor de afgenomen bouwkavels daar achter aan zou lopen. Bij een langzamere verkoop (en grondafname) zou dit geen consequenties hebben voor de provincie: het schema van aflossing (op vaste momenten een vast deel van de voorfinanciering) stond immers vast. Dit alles vanuit de gedachte dat de grond als zekerheid diende tegenover het voorfinancieringskrediet voor de provincie.

    Deze mogelijkheid (snellere of vertraagde afname van gronden), die naderhand wordt aangeduid met het 'open einde' in de Overeenkomst Blauwestad is een bewuste keuze. Ook later, nadat het ambtelijk apparaat Gedeputeerde Staten gewezen heeft op de risico's die dit 'open einde' met zich mee brengt, kiest de provincie er bewust voor dit niet 'dicht te schroeien'. Ambtelijk advies waarschuwt Gedeputeerde Staten voor het risico dat de OM (Ontwikkelings Maatschappij) op basis van de Overeenkomst Blauwestad onbeperkt grond kan afnemen (het 'open einde') hetgeen de zekerheid van de provincie tot nul zou reduceren. Dit staat los van de betaling die over 8 jaar wordt uitgesmeerd.

    Sterke aanwijzing voor corruptie

    Gewaarschuwd wordt voor de volgende situatie

    Stel de OM (Ontwikkelings Maatschappij) neemt in één jaar alle grond af en verkoopt door aan een derde partij (bekend is inmiddels dat de OM (Ontwikkelings Maatschappij) de grond doorgeeft aan de OntwikkelVOF, die de woningen/grond doorverkoopt). De inkomsten worden weggesluisd en de OM (Ontwikkelings Maatschappij) zegt tegen de provincie: we kunnen niet betalen. Het consortium (zijnde de drie commanditaire vennoten en niet de moederconcerns) kan de OM (Ontwikkelings Maatschappij) laten 'ploffen'. Bij het Addendum doet zich de mogelijkheid voor dit 'open einde' te dichten, maar hier wordt bewust niet voor gekozen. De Rekenkamer acht in dit licht een latere uitspraak van Gedeputeerde Staten opmerkelijk, namelijk 'zich er over verbaasd te hebben dat, hoewel de Overeenkomst Blauwestad en het Addendum in het openbaar zijn besproken, niemand heeft gezegd dat het contract niet dicht was".

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

  • Sterke aanwijzing voor corruptie

    In de OBS zijn bewust geen afspraken zijn gemaakt

    1. over onvoorziene omstandigheden, uittreding van één der partijen, en beëindiging van het contract;
    2. over de te volgen procedures en principes bij het zich voordoen van onvoorziene omstandigheden of gewenste wijzigingen.

    Het risico van het 'open einde' manifesteert zich in de zomer van 2008. De OM (Ontwikkelings Maatschappij) wil, gezien de tegenvallende inkomsten en zorgwekkende liquiditeitspositie, versneld gronden afnemen om deze te kunnen verhypothekeren. Een kort geding tussen Koop en de provincie wordt afgewend, door een aanbod van de OM (Ontwikkelings Maatschappij) tot aanvullende zekerheid ter hoogte van 15 miljoen euro met als tegenprestatie versnelde afname van gronden. Dit aanbod wordt geaccepteerd. Verdere onderhandelingen leiden tot een ander bod (en tegenprestatie) dat later wordt vastgelegd in de Nadere Afspraken. Dit bod behelst dat van de zijde van de provincie wordt aangeboden om grond te leveren die niet verkocht zal worden, maar verhypothekeerd door Koop. Van de zijde van Koop wordt extra zekerheid geboden, door een concerngarantie van 25 miljoen euro, namelijk 15 miljoen euro voor de publieke infrastructuur en 10 miljoen euro voor het versneld leveren van de gronden. Bij de Nadere Afspraken wordt het monitoringsysteem aangepast, maar worden de hiervoor geschetste bepalingen inzake onvoorziene omstandigheden en/of ontbinding niet geregeld.

    De Rekenkamer constateert dat een aantal bewuste keuzes om zaken niet te regelen, later als een 'boemerang' is terug gekomen. Aan de mogelijkheid het contract 'dicht te schroeien' is tot de Nadere Afspraken eind 2008 bewust voorbijgegaan. Het niet onderzoeken van de mogelijkheid tot overleg over of van de deelname aan de uittredingsovereenkomst, ziet de Rekenkamer als een cruciale misslag.

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

  • Corrupte financieringsconstructie en -afspraken

    De hiervoor al beschreven strikte scheiding tussen levering/afname van de grond en betaling hiervoor was en is niet gebruikelijk in gebieds- ontwikkelingsprojecten. De meeste gebiedsontwikkelingsprojecten kennen noch volledige private afnamegaranties, noch een scheiding tussen de afname van grond en de betaling ervoor. De lange horizon van gebiedsontwikkelingsprojecten en de onzekerheid over de omvang en timing van de afzetmogelijkheden, brengen publieke en private partijen er in de meeste projecten toe om een meer gebalanceerde risicoverdeling overeen te komen.

    Ook de terugbetaling van vreemd vermogen (bij Blauwestad het voorfinancieringskrediet) wordt in de meeste gebiedsontwikkelingen zo vormgegeven dat ze in lijn loopt met de kasstromen die de projectonderneming (in casu de OM (Ontwikkelings Maatschappij)) ontvangt. In normale gevallen worden de omvang en terugbetalingsvoorwaarden van het verstrekte vreemd vermogen door financiers zo gekozen dat de projectonderneming in vrijwel alle gevallen in staat zal zijn het geleende geld terug te betalen, dan wel dat de financier een beroep kan doen op het vermogen van de in de projectonderneming deelnemende ondernemingen.

    De Rekenkamer typeert de in de Overeenkomst Blauwestad gekozen scheiding tussen afnemen en betalen als onevenwichtig, omdat deze kan leiden tot een vergaande asymmetrie. Bij snellere verkoop door de OM (Ontwikkelings Maatschappij) zal de terugbetaling aan de provincie achter de inkomsten aanlopen en zullen alle voordelen tot het moment van terugbetalen bij de OM (Ontwikkelings Maatschappij) terecht komen. Bij een tragere verkoop voorziet de financieringsconstructie niet in de zekerheid dat de OM (Ontwikkelings Maatschappij) de provincie ook zal kunnen betalen. Deze asymmetrie wordt versterkt door (de latere discussies over) het versneld afnemen van grond en door de bedrijfsvoering van de OM (Ontwikkelings Maatschappij). De Rekenkamer constateert dat Gedeputeerde Staten dachten met de scheiding een effectief instrument te hebben gevonden om het verkooprisico geheel bij de private partijen te leggen. Ook anderen waren deze mening toegedaan en waren zich (met Gedeputeerde Staten) niet bewust van het feit dat die risico's bij tegenvallende verkopen via het financieringsarrangement weer terugkomen bij de provincie. De Rekenkamer heeft in de dossiers geen analyses en documenten van de periode voorafgaand aan de Overeenkomst Blauwestad kunnen vinden die een nadere beschouwing geven van de waarschijnlijkheid dat de OM (Ontwikkelings Maatschappij) het overeengekomen betalingsschema in verschillende scenario's niet zou kunnen nakomen. Ook uit de verschillende interviews is de Rekenkamer niet gebleken dat de provincie een nadere analyse heeft gemaakt van de bij de OM (Ontwikkelings Maatschappij) te verwachten kasstromen in verschillende omstandigheden. De provincie lijkt hier destijds geen aandacht aan te hebben besteed.

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

  • Mafiose constructie: privaat kapitaal en risico's

    Eén van de kernprincipes van PPS (Publiek Private Samenwerking) is dat private partijen eigen vermogen investeren, met als veronderstelling daar in voorspoedige tijden rendement op te maken en de kans bij tegenspoed geen rendement te halen (of zelfs de investering kwijt te raken). Normaliter wordt in een dergelijk project een bepaalde hoeveelheid eigen vermogen geïnvesteerd door private partijen en wordt het restant van het benodigde vermogen in de vorm van een lening aangetrokken van een bank of andere financiële instelling. Zo ontstaat in de regel een verhouding tussen eigen en vreemd vermogen die in de orde van grootte 25% : 75% ligt. In de provinciale dossiers heeft de Rekenkamer geen nadere analyse kunnen vinden van een voor het project Blauwestad realistische en marktconforme financieringsstructuur. Ook uit de gehouden interviews is de Rekenkamer niet gebleken dat de provincie de financieringsstructuur voorafgaande aan het sluiten van de Overeenkomst Blauwestad aan een nader onderzoek heeft onderworpen, dan wel bij financiële instellingen heeft nagevraagd of zij bereid waren het project te financieren.

    De financieringsstructuur in de Overeenkomst Blauwestad week af van het hierboven weergegeven, marktconforme patroon. Het totale eigen vermogen dat door privaten ter beschikking gesteld zou worden aan de OM (Ontwikkelings Maatschappij) bedroeg fl. 3 miljoen, het gedachte totale vreemd vermogen (voorfinanciering provincie) fl. 100 miljoen. Daarmee bedroeg de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen 3% : 97%. Bij het Addendum (2004) wordt de voorfinanciering van fl. 100 miljoen opgehoogd naar € 90 miljoen, waardoor de verhouding tussen 'eigen' en 'vreemd' vermogen (1,5% : 98,5%) nog verder gaat afwijken van wat gebruikelijk is. Niet alleen week de verhouding af van wat toen en nu in de markt gebruikelijk was. Belangrijker nog: de financieringsstructuur doorkruiste één van de kernprincipes van PPS (Publiek Private Samenwerking), namelijk dat privaat kapitaal risico loopt.

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

    • Normale verhouding eigen - vreemd kapitaal: 25% - 75%

    • Verhouding blauwestad: 1,5% - 98,5%

    • In Napels kijkt men niet op van zo'n mafiose constructie. In Nederland schrijven de bestuurders dit toe aan onbekwaamheid en onwetendheid. Het idee, dat in Nederland grootschalige corruptie en mafiose praktijken voorkomen, wordt door het openbaar bestuur haastig van tafel geveegd. Waarom ???

      We dienen uit te gaan van opzettelijke mafiose constructies.

      Het is aan de bestuurders om deze veronderstelling te weerleggen. In zaken als deze dient omgekeerde bewijslast te gelden, zoals ook de belastingdienst deze hanteert. De bestuurders dienen te bewijzen, dat zij te goeder trouw waren.

  • Mafiose financieringsvoorwaarden

    Bij het verschaffen van 'vreemd vermogen' is het voor banken zeer gebruikelijk om te werken met een variabele rentevoet of een vaste rentevoet met een looptijd die een afspiegeling is van het opname- en aflossingsprofiel. In beide gevallen zou de rentevoet vermeerderd worden met een opslag voor het aan het project verbonden risico. De risico-opslag is de vergoeding voor de financiële instelling voor het risico (kans x gevolg) dat deze zijn geld niet of niet geheel terugkrijgt. De provincie heeft een aantal gebruikelijk financieringsuitgangs- punten niet gehanteerd en verstrekte de voorfinanciering tegen het Euribor 3-maandstarief, waardoor het project 'kon genieten van goedkoop kapitaal'. De Rekenkamer constateert dat de provincie zichzelf hier mee tekort deed omdat het vanuit provinciaal perspectief geen adequate vergoeding is. Deze beoordeling van het voorfinancieringsarrangement vanuit provinciaal perspectief ligt in het domein van de kosten-baten analyses en daarbinnen bij de disconteringsvoet als reflectie van de kosten van kapitaal. Een belangrijke codificering van de kennis terzake vond plaats door de Commissie Risicowaardering en in de Handleiding Public Sector Comparator die werd opgesteld door het toenmalige Kenniscentrum PPS (Publiek Private Samenwerking). Als de provincie in het voorfinancieringsarrangement een tarief had willen gebruiken dat de werkelijke waarde (kosten) benaderde, had zij een tarief moeten hanteren dat opgebouwd was uit enerzijds ' om het renterisico te waarderen ' een nominale rente voor staatsleningen met vergelijkbare looptijd als het project én anderzijds ' ter compensatie van het projectrisico ' had zij dat tarief moeten vermeerderen met een risico-opslag.

    Deze kennis over een juiste waardering van de kosten van kapitaal, werd in 'overheidsland' in de periode rond het tekenen van de Overeenkomst Blauwestad gemeengoed.

    Sterke aanwijzing voor corruptie

    Met die kennis is vast te stellen dat met het 3-maands Euribor tarief als rentevergoeding feitelijk een waardetransfer plaats vond van de provincie naar de OM (Ontwikkelings Maatschappij). Door het kiezen van de 3-maands Euribor bleef het renterisico weliswaar bij de OM (Ontwikkelings Maatschappij), maar door het niet-gebruiken van een adequate risico-opslag kreeg de provincie geen vergoeding voor het projectrisico. Ook de provincie was zich ten tijde van het sluiten van de Overeenkomst Blauwestad bewust van de usance in de financieringswereld om bij dergelijke financieringsconstructen een rente te gebruiken vermeerderd met een risico-opslag, maar heeft daar niet voor gekozen.

    Hiermee verschafte de provincie impliciet subsidie aan het project

    Hier blijkt de zwakte van het rapport. Hoeveel waarde is overgedragen van de provincie aan de projectontwikkelaars? Miljoenen euro's? Tientallen miljoenen euro's? En wat hebben de leden van Gedeputeerde Staten daarvoor terug gekregen? Het is gewoon ongeloofwaardig dat zulke vreemde constructies het gevolg zijn van onbekwaamheid en chronische stompzinnigheid. Te meer daar ambtenaren voortdurend hebben gewezen op de risico's en consequencies.

    De zwakte van het rapport is (vermoedelijk) niet te wijten aan de onderzoekers. Ik neem aan, dat Gedeputeerde Staten gewoon geen ruimte hebben gegeven voor een gedegen rapport met duidelijke cijfers. Ook dat duidt op georganiseerde criminaliteit.

    Naar de mening van de Rekenkamer een reden te meer om een grotere private deelname te vragen of meer zekerheden van de OM (Ontwikkelings Maatschappij) te vragen.

    PPS (Publiek Private Samenwerking) kenmerkt zich in de regel door een grote aandacht voor het financiële domein. Scenario- en gevoeligheidsanalyses, vormgegeven in geavanceerde financiële modellen, zijn een vast onderdeel van het ontwerpen van een PPS-financierings-arrangement om inzicht te krijgen én de voorspelbaarheid te vergroten. De financieringsconstructie bij de Blauwestad beoordeelt de Rekenkamer als gebrekkig. De Rekenkamer constateert dat de provincie als financier van het project geen poging heeft gedaan de financieringsconstructie van het project aan in de financieringswereld gebruikelijke voorwaarden te onderwerpen en ook niet om de constructie volledig transparant te maken.

    Tussen de regels door staat hier eigenlijk, dat de handelswijze van Gedeputeerde Staten neer komt op criminele nalatigheid.

    In het rapport komt sterk naar voren, dat Gedeputeerde Staten transparantie opzettelijk en weloverwogen heeft onderdrukt, dat er vele geheime vergaderingen zijn geweest en dat Provinciale Staten opzettelijk niet geinformeerd is over veel zaken. Ook stelt het rapport, dat Provinciale Staten feitelijk onbekwaam was / is.

  • Mafiose bestuursvorm

    Bij de oprichting van de Stichting Blauwestad is tevens een aparte projectorganisatie ingesteld, waarvan een oud-gedeputeerde, de heer Vos, directeur is. Deze is tevens als adviseur verbonden aan de Koopgroep. Met de keuze het project uit de politiek te halen, wordt het ambtelijk apparaat aan de zijlijn gezet. In 1997 wordt de Stichting Blauwestad opgeheven en wordt een Stuurgroep ingesteld. De projectorganisatie (in ongewijzigde samenstelling) heet voortaan Projectbureau Blauwestad. De vergaande autonomie van het Projectbureau noopt het ambtelijk apparaat tot een hartenkreet: het buitenspel zetten door het Projectbureau wordt nog gezien als 'ongemak', ernstiger acht het ambtelijk apparaat de voortdurende >b>onduidelijk over wie zeggenschap heeft over financiën, beleid, besluitvorming en verantwoordelijkheden. Eind 1998 worden deze onduidelijkheden opgelost: het Projectbureau krijgt vergaande bevoegdheden op het gebied van financiën, planvorming en uitvoering. Het Projectbureau blijft in de ‘lead’ tot 2002.

    Een en ander heeft tot gevolg dat het ambtelijk apparaat voor informatie over de voortgang van het project vrijwel volledig afhankelijk is van het Projectbureau. Niet alleen heeft dit consequenties voor de advisering aan Gedeputeerde Staten, ook leidt het tot een groeiende animositeit tussen Projectbureau en provinciale ondersteuning. Dat de verhoudingen allengs verslechteren, komt ook door de verschillende rollen: het Projectbureau wil vooruit en het ambtelijk apparaat trapt telkens op de rem. Door waarschuwingen, kritische kanttekeningen en het signaleren van risico's worden de provinciale ambtenaren steeds meer beschouwd als hindermacht. De kritische massa wordt niet (meer) serieus genomen.

    Pas in 2008, als blijkt dat de kavelverkoop de laatste 8 kwartalen onder verwachting ligt en ambtenaren in kaart brengen wat de invloed hiervan is op de liquiditeitspositie van de OM, krijgen de provincie en het ambtelijk apparaat grip op het project. Dit betekent overigens niet dat er zicht is op hetgeen zich achter de schermen van de ontwikkelingsmaatschappij afspeelt, zodat tegenvallende ontwikkelingen lang onzichtbaar blijven en er een te rooskleurig beeld wordt geschetst.

  • Achterhouden van informatie

    Het ambtelijke apparaat signaleert echter geregeld dat het Gedeputeerde Staten onvoldoende kan adviseren wegens het niet of te laat aanleveren van stukken door het projectbureau Blauwestad.

    Met de oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij Blauwestad (OM) door de private partijen, hebben Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat geen zicht op de bedrijfsvoering van de OM. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de werkelijke verkoopaantallen andere zijn dan waarvan Gedeputeerde Staten op de hoogte zijn. Deze situatie blijft zo tot de zomer van 2008.

    Dan wordt duidelijk dat de OM serieuze liquiditeitsproblemen heeft en komen voor het eerst gegevens inzake de financiering van de gebiedsontwikkeling en het bijbehorende kostenplaatje van private zijde boven tafel. Dit betekent echter niet dat Gedeputeerde Staten en het ambtelijk apparaat vanaf dat moment van alle 'ins en outs' op de hoogte worden gesteld. Zo richt de OM het verzoek tot versnelde afname van gronden aan de Raad van Commissarissen (publiek), waarover Gedeputeerde Staten hun verbazing uitspreken.

    Bouwfraude en corruptie

    Versnelde afname van grond zonder er voor te betalen terwijl men in geldnood zit ??? En Gedeputeerde Staten stemmen daarmee in ???

    De afspraken die de private partijen onderling maken bij het uittreden van BAM Vastgoed en Ballast Nedam en die consequenties kunnen hebben voor de liquiditeitspositie van de OM en het risicoprofiel van de provincie, worden niet aan de provincie meegedeeld. Pas een jaar later (eind 2008) komen de afspraken Gedeputeerde Staten ter ore en het zal nog tot april 2009 duren voor Gedeputeerde Staten de afspraken krijgen. Dan blijkt ook de 'nooduitgang': de verplichting van BAM en Ballast Nedam tot het afnemen van 200 kavels kan materieel teniet worden gedaan door deze terug te leveren aan de OM, die verplicht is tot terugname.

    Een ander punt waar Gedeputeerde Staten onvoldoende zicht op hebben is de concernstructuur van de Koop-groep en de plaats die Koop Holding Europe (KHE) daarin heeft. Hoewel de ambtelijke organisatie Gedeputeerde Staten van informatie voorziet, blijkt dat onbekend is wat de provincie aan zekerheid heeft bij de concerngarantie die KHE biedt, in het geval dit bedrijf mocht 'omvallen'.

    Koop Tjuchem, Koop en Geveke

    Koop Tjuchem speelde een hoofdrol in de bouwfraude. Geveke was een onderdeel van het Koop concern. Volgens wikipedia

    In november 2009 beëindigden de provincie en de gemeenten echter ook de samenwerking met de laatst overgebleven projectontwikkelaar Geveke, de opvolger van Koop Tjuchem. De provincie nam daarbij een schuld van 29 miljoen op zich, waar later nog 20 miljoen bijkwam.

    In mei 2010 werden voormalig Blauwestad-directeur Jan Postema en notariskantoor Plas en Bossinade door het radioprogramma Argos op basis van gelekte documenten van Provinciale Staten van Groningen in verband gebracht met bouwfraude rond grondaankopen. Provinciale Staten zagen echter geen grond voor een strafrechtelijk onderzoek tegen Postema of de notarissen.

    Risico's verzwegen voor Provinciale Staten

    De Rekenkamer heeft daarnaast geconstateerd dat niet alle risico's die bij Gedeputeerde Staten bekend waren, ook aan de Staten zijn meegedeeld omdat men het enthousiasme voor het project niet wilde temperen.

    Ook heeft de Rekenkamer geconstateerd dat de uitgangspunten rondom de bijdrage van betrokken gemeenten niet aan de Staten zijn meegedeeld.

    Tenslotte hebben Gedeputeerde Staten in 2001 Provinciale Staten meegedeeld dat in 2003 mogelijke meer middelen nodig zijn voor de voorfinanciering, zonder de omvang daarvan te expliciteren.

    De achtergrond van het verstrekken van de informatie aan de burgemeesters is dat het strategische informatie was, bedoeld om de gemeenten 'mee te krijgen' in besluitvorming omtrent de concerngarantie van Koop.

    Gedeputeerde Staten hebben de Staten bij de behandeling van het rapport van de commissie Alders, Bakker, Doets niet meegedeeld dat zij op 31 augustus 2009 de conclusie hebben getrokken dat 'de huidige samenwerkingsconstructie met Geveke/Koop beëindigd moet worden'.

    Bovendien heeft de Rekenkamer geconstateerd dat de informatievoorziening aan Provinciale Staten in een aantal gevallen haperde, omdat op vragen van Statenleden niet is ingegaan.

    Voor de besluitvorming in 1999 waren onderliggende (financiële) berekeningen en uitgangspunten niet beschikbaar voor de Staten, zodat meermalen is aangegeven dat een besluit eigenlijk niet mogelijk was. ... De Staten stemmen na een uitgebreide discussie uiteindelijk in met de voorstellen, zonder in feite te weten waar ze precies mee instemden.

    Bij de besluitvorming inzake de OBS wordt in de voordracht het voorstel gedaan het voorfinancieringskrediet te verhogen naar fl. 100 miljoen, waarbij wel vermeld wordt dat in 2003 extra middelen nodig zijn, maar worden omvang (160 miljoen gulden) en het feit dat dit voor rekening van de provincie komt, in het ongewisse gelaten. Eerder hadden Gedeputeerde Staten nog aangegeven dat in 2003 de hoogste investeringsbehoefte zal ontstaan, namelijk fl. 58,4 miljoen. Het nieuwe bedrag voor 2003 wordt in de openbare beraadslagingen niet besproken. Door het ontbreken van de meest actuele informatie hebben Provinciale Staten in hun besluitvorming over (het voorfinancieringskrediet en de overeenkomst) Blauwestad niet alle belangen kunnen afwegen.

    Afweging van belangen geschiedt ook in de discussie tussen Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten rondom belangrijke besluitvormingsmomenten. Het is de Rekenkamer opgevallen dat vragen van de Staten lang niet altijd beantwoord zijn. In een aantal gevallen hadden de vragen betrekking op concrete informatie zoals 'waarom niet geregeld is hoe je als partijen met elkaar omgaat bij tussentijds afhaken', welke kosten gemoeid zijn met afblazen van het project, of er een ondergrens is bepaald van de prijzen van de huizen in de Blauwestad en vragen over niet betaalde kavels/verhypothekering van kavels. Een meer algemene vraag die een aantal keren wordt gesteld heeft betrekking op de (mogelijkheden) om invulling te geven aan de controlerende rol door Provinciale Staten. Ook deze vragen zijn niet altijd beantwoord.

    Met het besluit tot ondertekening van de OBS dragen de Staten een groot deel van hun bevoegdheden over aan Gedeputeerde Staten, zoals het nemen van besluiten op technische wijzigingen in de contracten. Hiervoor hoeven Gedeputeerde Staten geen toe- of instemming meer te vragen aan Provinciale Staten. Technische wijzigingen hebben volgens Gedeputeerde Staten geen beleidsmatige consequenties. Het heeft de Rekenkamer bevreemd dat op twee momenten Provinciale Staten niet expliciet betrokken zijn in de besluitvorming over wijzigingen in de afspraken, die naar de mening van de Rekenkamer beleidsmatige consequenties hebben.

    • Het betreft het verlengen van de aflossingtermijn (van 8 naar 9 jaren) en het verschuiven van het moment van eerste aflossing (van 2006 naar 2008). Hiermee verandert het risicoprofiel van de provincie zodat expliciete betrokkenheid (een voorstel waarin besluitvorming wordt gevraagd in plaats van een mededeling) in de rede had gelegen.

    • Het tweede moment doet zich naar de mening van de Rekenkamer voor als twee van de drie private partijen te kennen geven uit de overeenkomst te willen stappen. Ook hierdoor verandert het risicoprofiel van de provincie, omdat afhankelijkheid van één partij als een (te) groot risico wordt gezien.

    Al in een vroeg stadium van het project Blauwestad is gevraagd om transparantie en openheid in het proces van besluitvorming. Deze wens zal later meermalen worden herhaald, vooral als het aantal vertrouwelijke vergaderingen toeneemt – hetgeen de SP en Partij van het Noorden er toe brengt niet meer deel te nemen aan vergaderingen over Blauwestad indien deze besloten zijn en/of als daarin op basis van vertrouwelijke stukken moet worden beraadslaagd.

  • Liegen: het één zeggen en het ander doen

    ... Zo geven Gedeputeerde Staten in 2003 aan dat in eerste instantie alle bewoners van buiten zouden worden aangetrokken, maar onderhand komt een gedeelte (fifty-fifty) onder politieke druk ook van binnen de provincie of uit het Noorden. De Rekenkamer merkt hierover op dat van meet af aan is uitgegaan van een verdeling 50% uit de regio en 50% van buiten, hetgeen ook door Gedeputeerde Staten is uitgedragen.

 

Ik doe niet mee met anti-sociale media

 

Ik doe niet mee met facebook, twitter en dergelijke vanwege de voortdurende privacy-schendingen en het anti-sociale gedrag van dit soort anti-sociale media. Anti-sociale media bevorderen autistisch en narcistisch gedrag.

 

 

 

Commentaar-formulier

Als u wilt reageren op deze pagina, vul dan de volgende velden in.

Naam:

Vul uw internet-naam in. Deze naam kan worden gepubliceerd.

Email:

Indien u persoonlijk antwoord wilt, vul dan uw email-adres in. Dit adres wordt niet gepubliceerd of verkocht aan databases.

Commentaar of vraag:

T

Resterend aantal tekens: 5000

Antispam:

Wie is de president van de USA?

Contrast
normaal
Lettergrootte
1   2   3   4   5  
reclame/nula_1000.gif
reclame/RasataHoog.gif